Leergang Systeemdenken 2019

Gepubliceerd op 20 juni 2018

Kijk hier voor meer informatie over de nieuwe leergang Systeemdenken 2019:
Leergang Systeemdenken 2019

De wijsheid van de minderheid

Gepubliceerd op 28 februari 2018

door Caroline Reij

In Trouw las ik een interview met Joanna Williams, een onderwijsexpert uit Kent. Zij vindt dat er in de (overwegend linkse) academische wereld veelal hetzelfde wordt gedacht, waardoor er te weinig ruimte is voor andere inzichten. Zo kan kennis zich niet goed voortdurend ontwikkelen.

Persoonlijk weet ik te weinig van de academische wereld in Engeland om te beoordelen of ze een punt heeft of niet. Ik kan het me wel voorstellen.

Williams beschrijft in mijn ogen namelijk iets algemeen menselijks: het is heel prettig om gelijkgestemden om je heen te hebben. Het geeft ons mensen een verbindend gevoel als ‘de meeste neuzen onze kant op wijzen’. We horen erbij. Bovendien scheelt het ons veel tijd en is er minder gedoe. En last but not least: de kans op succes achten we groter als niemand aan onze stoelpoten zaagt.

Toch denk ik dat veel academici (en vele anderen met hen) heel goed beseffen dat een kritisch tegengeluid nieuwe wegen creëert en inzichten kan brengen. Velen voeren dan ook graag een goed debat. Het is ook de oplossing die Williams aandraagt. Ze pleit voor een open debat: “De universiteit hoeft zich niet te laten leiden door inspraak van klanten (zoals in een bedrijf), maar mag zich óók niet behoeden voor afwijkende ideeën”.

Dat is mooi gezegd en ik ben het met haar eens. Maar, is deze aanbeveling voldoende om meer ruimte voor andere inzichten te laten ontstaan? Ik vrees van niet.

De grootste uitdaging zit ‘m in de manier waarop we met elkaar omgaan, want daar lopen de meningen vaak al uiteen en dan bereik je elkaar niet meer op de inhoud. Om nog even bij het academische voorbeeld te blijven: sommige mensen zijn niet voor rede vatbaar, reageren op de persoon en niet op de inhoud of nemen wetenschappelijk bewijs niet serieus. Hoe kan een wetenschapper deze mensen dan nog wel serieus nemen?

Als mensen vanuit verschillende uitgangspunten en omgangsvormen handelen, ontstaan er gevoelens van onrust, onzekerheid of soms zelfs bedreiging. Let wel: dat geldt voor alle partijen. De neiging om van ons af te bijten, terug te slaan of om ons terug te trekken in onze eigen ‘safe haven’ is dan het meest voor de hand liggend.

Weg open debat.

Wat kun je doen in dergelijke situaties? Niet alles is op te lossen. Toch kun je een heel eind komen. Daarvoor is het nodig om een debat goed voor te bereiden. Zorg dat je tijdens het gesprek de meerderheid serieus neemt en dat je daarnaast ook werkelijk oog houdt voor de stem van de minderheid. Hierbij enkele gouden tips:

• Wees je bewust van de omgangsregels op basis waarvan je het gesprek wilt voeren. Maak deze expliciet en vraag de aanwezigen om instemming. Check of iemand nog iets heel anders verwacht. Includeer deze verwachtingen zoveel mogelijk in een set van gezamenlijk gedragen omgangsregels. Mogelijk is dit al het meest interessante deel van het gesprek!
• Williams zegt in het interview: “niemand hoeft braaf te luisteren”. Ik pleit daar WEL voor. Wees ‘braaf’ in die zin, dat je oprecht benieuwd blijft. Vraag je af: welke wijsheid zit er in de woorden? Zeker als iemand anders denkt dan jij. Trek niet te snel je conclusie. Laat je niet afleiden door de manier waarop iemand de boodschap brengt. Vraag door. Alles doet ertoe.
• Ga zelfs nog een stapje verder: ga actief op zoek naar andere standpunten. Stel de vraag: “wie denkt er nog iets heel anders?” Dan wordt de wijsheid van de minderheid zichtbaar. Maar let op: bijna niemand staat er graag alleen voor. Dus, vraag door: “wie herkent dit op één of andere manier?” Er zijn altijd gelijkgestemden. Zo ontstaat er weer verbinding in een groep en een sfeer waarin meer mensen iets willen zeggen, zelfs als je iets anders vindt dan de rest.
• Williams zegt verder dat je niet alles voor zoete koek hoeft aan te nemen. Ik zeg: neem de koek WEL aan. Je hoeft deze niet (direct of helemaal) in je mond te stoppen of door te slikken. Maar, neem de tijd en bekijk de vorm, wees geïnteresseerd in de samenstelling, neem een klein hapje. Wees een echte onderzoeker en laat je verrassen.
• Zeg dan pas wat jij vindt, voelt of ervaart. Gebruik “ja, en…”. Zo kan er een heel ander gesprek ontstaan.
• Zorg voor een neutrale gespreksleider, die met alle partijen evenveel begaan is (meervoudig partijdig).
• Misschien heb je een blinde vlek: de blinde vlek van de meerderheid? Met elkaar vergeet je onbewust dat jij niet weet wat de ander weet, dat jij niet ziet wat de ander ziet, dat jij niet voelt wat de ander voelt, dat jij niet denkt zoals de ander denkt.

 

Denk regelmatig: “I might be wrong” en handel ernaar

Dit shirt is gemaakt door: keep it complex – make it clear

Van ‘OF’ naar ‘EN’

Gepubliceerd op 14 december 2017

door Rombout Schipper

 

Van “OF” naar “EN”.

Regelmatig kom ik in organisaties waar steeds veel keuzes gemaakt moeten worden. Zo is soms de discussie of we gaan inzetten op specialisten of generalisten. Maar ook in allerlei andere keuzes komen we schijnbare dilemma’s tegen, we hebben het gevoel te moeten kiezen.

Natuurlijk helpt het als je duidelijk kiest voor een bepaald product of dienst. Je bent herkenbaarder, je kunt je meer profileren. Daar tegenover staat dat je ook altijd wat verliest, iets opgeeft. Hoe maak je nu een goede keuze? Ons brein vindt het heerlijk om een duidelijke keuze te maken, het is ook een bepaalde vorm van leiderschap om duidelijke keuzes te maken. Je wordt gewaardeerd als je als leider keuzes maakt, we weten waar we aan toe zijn. En toch, toch is de praktijk niet zo binair of rechtlijnig.

En daar weer die vraag: Hoe maak je nu een goede keuze? Om je te helpen goede keuzes te maken kun je met onderstaand model eens oefenen.

Het eerste model is een soort winst- en verliesrekening. Je vult alle vakjes in en weegt af wat zwaarder weegt. Een kwestie van optellen en aftrekken. Heel behulpzaam om inzicht in je eigen motieven of de motieven van een team te krijgen.

Als je de beweging maakt van 1 naar 2 naar 3 naar 4 help je jezelf om eerlijk(er) te zijn in de keuzes die je wilt maken.

Maar, nu het ‘en’. De kunst is om te kiezen voor ‘En’ in plaats van ‘Of’. Want dan neem je alle voor- en nadelen die er zijn, met het volgende belangrijke verschil: je concentreert je op de voordelen van beide keuzes en ziet de nadelen van beide keuzes. En die neem je mee. Het gaat erom dat je dit in een goede verhouding doet. Het volgende plaatje laat dat zien.

Dit vraagt behoorlijk veel lef: kiezen voor ‘en’ in plaats van ‘of’. De moeite waard om eens te proberen, mij bevalt het goed.

Ons tweede Bateberichtje is uit!

Gepubliceerd op 5 oktober 2017

Meer lezen? Klik hier!

 

Twee kanten (door Caroline Reij)

Gepubliceerd op 18 september 2017

Kortgeleden stelde een goede vriend mij de vraag: “hoe kan ik je (nog) gelukkiger maken?” Ik vind ‘m prachtig, deze vraag! Dat is best vreemd, want eigenlijk ben ik een voorstander van de school, waarbij men het heft in eigen hand neemt en dus dien ik zelf te zorgen voor mijn geluk, voor zover dat kan. Natuurlijk helpt deze vraag me daarbij. Toch vind ik de vraag vooral zo prachtig, omdat mijn vriend zich hardop afvraagt wat hij kan bijdragen. Daar spreekt toewijding en liefde uit. Al doende denkt hij niet vóór mij, maar mét mij mee. Alleen dat al maakt mij gelukkig! Daarbij weet ik, dat hij alleen die dingen voor mij zal doen, die ook hem gelukkig maken.

Persoonlijk vind ik dit een heel mooi voorbeeld van twee kanten van dezelfde munt: ‘zelf doen’ en ‘loslaten’ versterken elkaar. Juist door beide kanten serieus te nemen, word je alle twee gelukkiger.

Zo zit het ook met ‘zelfsturing’ (of ‘zelfmanagement’of ‘zelforganisatie’: net wat bij jou past of hoe jouw organisatie dit noemt). Wij van Bureau Ten Bate roepen wel eens:

Zonder sturing geen zelfsturing

Dat kan niet!? Ik denk dus van wel. De ene kant van deze munt gaat over ‘loslaten, overlaten, volgen en je er niet mee bemoeien’, de andere kant van deze munt gaat over ‘sturen, kaders stellen en structuur maken’. Hoe zorg je als zelfsturend team ervoor dat je beide kanten serieus neemt?

Mijn antwoord hierop kan ik het beste geven aan de hand van nog een voorbeeld: jarenlang ben ik begeleider geweest bij een opleiding voor coaches & trainers. Groepsdynamica was een onderdeel van het programma, zo ook het werken in intervisiegroepen. Een opdracht die daar goed bij aansloot was de volgende: aan het eind van de 1e dag beslisten de deelnemers zelf over de samenstelling van de intervisiegroepen, zonder de aanwezigheid van een begeleider.

Vaak bleek dit geen eenvoudige opgave! Tijdens het besluitvormingsproces ontstond al snel ‘onderling gedoe’. Nu kun je heel veel leren van ‘gedoe’ en in een leersetting als deze paste dat ook. Als begeleider leerde ik, dat mensen bij te hoge stress juist niet meer kunnen leren. Om te grote spanning te voorkomen, bleek een aantal simpele, maar strakke kaders noodzakelijk. Een voorbeeld hiervan was de grondregel, dat het besluit pas is genomen als iedereen tevreden is (tevreden = geen onoverkomelijk bezwaar).

Nu weer terug naar de werkvloer: juist door aan de ene kant duidelijke kaders te stellen en aan de andere kant je verder niet te bemoeien, kan een zelfsturend team zijn werk goed doen. Zij weten wat er van hen verwacht wordt en ze weten wat ze van elkaar kunnen verwachten. Al doende verandert ‘Zelfsturing’ in ‘Samensturing’, zoals één van onze opdrachtgevers het onlangs verwoordde.

Hoe kom je tot deze duidelijkheid? Aan welke kaders moet je dan denken? En wie zorgt ervoor dat die er komen? Natuurlijk maakt een organisatie daarin haar eigen keuzes. Je kunt zelfsturing best regelen zonder baas, maar niet zonder structuur. Als lerende organisatie is het vooral belangrijk DAT je kaders maakt. Zeker bij de start hebben managers en teamcoaches daarin een faciliterende rol. In ‘Handreiking zelfsturing’ tref je een aantal onderwerpen waarover je met elkaar besluiten kunt nemen.

Opleiding Systeemdenken

Gepubliceerd op 5 juli 2017

Bureau Ten Bate houdt van systeemdenken en is de mede-aanstichter van opleidingen op dit vlak. Meer weten? Kijk hier verder: Leergang Systeemdenken 2017-2018

Kippenvel op de snelweg (door Caroline Reij)

Gepubliceerd op 6 februari 2017

Na een hele dag werken rijd ik in de auto, weer terug naar huis. Ik hou wel van deze ritjes. Dan ben ik even op mezelf, samen met mijn radio. Ik luister naar een interessant praatprogramma. Er wordt life-muziek aangekondigd.

Vanuit de stilte klinken tonen van een trompet; één simpele trompet. Meer is het niet en meer wordt het ook niet. Ik luister en al snel springen de tranen in mijn ogen. Dit gaat recht naar het hart. De eenvoud, de helderheid, de zachtheid, de stevigheid, de warme, diepe klanken, westers en oosters tegelijk, soms wat Jazzy of klassiek-achtig. Kortom: niet te vatten in één stijl, anders dan de stijl van de trompettist. Alles vloeit samen: ik krijg kippenvel midden op de snelweg en ik word overvallen door een groot gevoel van blijdschap.

Als het afgelopen is, noemt de gespreksleider de naam van de trompettist: Eric Vloeimans. Ik neem me voor deze naam te onthouden. In stilte hoop ik, dat de gesprekleider de naam van het muziekstuk noemt. Dat gebeurt niet. Ik wacht rustig af en luister verder naar het gesprek. Even later mag Eric weer spelen: mijn hart maakt een sprongetje en ik geniet. En ja: aan het eind vraagt de gespreksleider om de naam van het stuk. Eric zegt ontspannen en een beetje grappend: dit heeft geen naam. Ik heb het zojuist geïmproviseerd…. GEIMPROVISEERD!!??

Ik denk: “Wat een lef, zo, op de radio!!” Maar, ik denk ook, “Balen, dan kan ik het nooit meer terug horen!” Toch weet ik ook onmiddellijk, dat deze ervaring als herinnering blijft. Die draag ik met me mee, juist doordat hij – heel ontspannen en als vanzelf – iets gecreëerd heeft vanuit het niets.

Natuurlijk snap ik ook, dat hij dit kan op basis van zijn vakmanschap en vele uren studie. Mede daardoor is hij in staat om één te worden met zijn trompet en kan hij alles spelen, wat maar in hem op komt. Toch is dit niet het hele verhaal. Mij treft het, dat hij zo relaxed en ongedwongen is en dat hij – blijkbaar zonder afstemming met de gespreksleider – zijn eigen muziek bepaalt. Daar hou ik van, zo ‘gewoon’, zo eigen en zo relaxed.

Thuisgekomen, zoek ik in Spotify zijn muziek op. Daar blijkt hij goed bekend te zijn. Ik kan veel moois van hem beluisteren: filmmuziek, jazz, klassiek, modern-klassiek of een mix van deze stijlen: soms grappig, soms ontroerend, soms prachtig, soms alleen en soms samen. Ik luister met plezier en heb me verzoend met het feit dat ik hem niet meer zal horen improviseren in z’n eentje. Tot ik ‘Solo Di Tromb nr.7’ van de CD ‘Calefax’ tegen kom: mooiii! De magie van dat ene moment in de auto zit er deels in, maar ik krijg het niet meer helemaal te pakken. Zo gaat dat.

Pas later realiseer ik me dat de manier waarop Eric zijn werk doet, paralellen heeft met mijn eigen werk. Ik hou van improviseren op basis van gedegen vakmanschap. Dan ben ik als trainer of teamcoach op mijn best. Er is één ding, dat ik wel eens dreig te verliezen in de drukte van het dagdagelijkse. Dat is de ontspanning. Het is mijn levensopdracht om regelmatig weer even in de vertraging te gaan en actief de rust op te zoeken, want al doende, kan ook ik ‘gewoon’ weer iets blijven creëren uit het niets. Als ik me dit realiseer, krijg ik toch weer kippenvel.

Caroline Reij

Blog: Betekeniseconomie (door Caroline Reij)

Gepubliceerd op 16 januari 2017

 

 

April 2016

 

Gisteren heb ik met veel belangstelling gekeken naar een aflevering van Tegenlicht over de Betekenis-economie; steeds meer bedrijven worden gestart vanuit een maatschappelijke doelstelling: door geluk te zaaien, kun je geluk oogsten. Een prachtig streven, geïllustreerd aan de hand van mooie, concrete voorbeelden!

Toch bracht het me ook in verwarring: want de oude economie, gebaseerd op het rendementsdenken en op winstmaximalisatie, streeft of streefde toch ook geluk na? Geld zou ons gelukkig maken. Dat dit in de praktijk soms tegenvalt of ten koste gaat van anderen, doet daar niks aan af.

 

Als we van geld niet gelukkig worden, waarvan dan wel? Hierin schuilt voor mij de volgende verwarring: gelukkig worden is toch geen doel op zich?

Natuurlijk is het fijn om gelukkig te zijn. Maar, niet altijd. Daar geloof ik niet in. Zelfs als je leefsituatie helemaal ideaal is, dan wil iets in jou toch weer verder. Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. Ik zie het als een oeroud gegeven, dat mensen zich blijvend willen ontwikkelen. De één misschien wat meer dan de ander. Maar als je te lang blijft vasthouden aan iets dat jou ooit gelukkig maakte, dan word je pas echt ongelukkig.

 

Ik zie geluk dus niet als een doel op zich, maar als een afgeleide. Op een dieper niveau verlangen we naar iets anders: naar eenheid, naar verbinding, naar innerlijke vrijheid, naar vrede of naar avontuur. Dat is voor ieder mens weer anders en kan bovendien veranderen in de loop van de tijd.

 

De oude economie maakt ons minder gelukkig dan we hadden gehoopt. Dat vinden steeds meer mensen. Maar de nieuwe economie zal ons niet gelukkiger maken. De nieuwe economie wordt pas echt nieuw als we dát ook niet meer nastreven.

De nieuwe economie wordt pas echt een succes als mensen zich aldoor weer richten op hun onderliggende verlangens. Vraag jezelf zo nu en dan af: waarom doe ik wat ik doe? Welke betekenis wil ik hebben? Door hier op te focussen en dat te vertalen naar ‘wat en hoe’, zul je werkelijk van betekenis kunnen zijn voor anderen, inclusief voor jezelf.

 

Daarom wordt ik wel heel blij van het woord “Betekenis-economie”. Doordat mensen heel concreet doen wat voor hen van betekenis is en doordat ze dat zó organiseren dat ze ervan kunnen leven zonder winstmaximalisatie na te streven, worden wij daar met z’n allen vast – tijdelijk – heel gelukkig van!

 

Blog: Je bent hier om te dienen (door Caroline Reij)

Gepubliceerd op 16 januari 2017

 

 

Februari 2016

 

In het tv programma ‘De verwondering’ zegt Ben Tichelaar, schrijver en docent over Dienstbaar Leiderschap, het volgende:

 

“Je bent hier om te dienen, niet om bediend te worden”

 

Het is misschien een wat oubollige zin, maar hij zette mij wel aan het denken.

Persoonlijk word ik héél graag ‘bediend’. Zo vind ik het heerlijk als iemand écht naar mij luistert, mij met een liefdevolle blik aankijkt of gewoon een heerlijk kopje koffie speciaal voor mij maakt. Ook houd ik van een sauna of lekker uit eten gaan. Kortom: ik lust er wel pap van! Daarom ben ik een groot voorstander van bediend worden.

 

Toch staat bij mij dienen óók op de eerste plaats, want ik voel vaak een diepe dankbaarheid als ik ook werkelijk dienstbaar kan zijn. Dan valt alles op z’n plek. Het gaat wat mij betreft wel om de juiste dienst: namelijk één die bij mij past. Daarnaast vind ik het belangrijk dat dienen en bediend worden in evenwicht zijn met elkaar. Juist dát blijkt in de praktijk niet zo gemakkelijk.

Te dienstbaar

De meeste mensen die ik begeleid, hebben vaak jaren lang te veel gediend of dienen op een manier die eigenlijk niet (meer) bij hen past. Ze gaan door omdat ze verder moéten. Onderweg zijn ze zichzelf verloren, vaak veel meer dan goed voor hen is en voor hun werkgever. Loslaten en in vrijheid kiezen blijkt lastig, zeker als je niet weet of het goed komt. Als deze mensen weer leren om zichzelf te laten bedienen, dan herstelt het evenwicht zich. Al doende ontstaat er weer meer vertrouwen in de weg die voor hen ligt.

Te weinig dienstbaar

Natuurlijk kom ik ook mensen tegen die weinig dienend zijn. Niets menselijks is ons vreemd. We laten ons bedienen omdat het kan en omdat het verslavend lekker is. We houden niet van verplichtingen, we kijken een andere kant op en we zien wel wat er van terecht komt, afspraak is geen afspraak en schulden maken is geen probleem. We hebben hiervoor een aantrekkelijke motivatie: “Je leeft tenslotte maar één keer!”. Vaak komen we hiermee weg. Dat is misschien fijn voor ons, maar pijnlijk voor iedereen die daar last van heeft. Want ik ga ervan uit, dat alles met alles samenhangt. In zo’n situatie komt er altijd iemand iets tekort of loopt er iets vast.

 

Concluderend vind ik de uitspraak van Tichelaar belangrijk en is de algemeen menselijke waarde ervan groot. Maar, hij gaat pas echt spreken als je ‘m persoonlijk maakt. Wat is jouw neiging? Dien jij doorgaans te veel? Of dien je – ergens in je bestaan – te weinig? Of dien je niet meer wat je wilt dienen? Vraag het je zo nu en dan eens af.

 

Ik wens je toe, dat je op jouw eigen-wijze dienstbaar bent én blijft! Zo niet: doe er wat aan! Rapper Prince Ea zegt het zo:

 

Maak je eigen pad en laat een spoor achter!

 

 

 

Blog: Vertragen is versnellen (door Caroline Reij)

Gepubliceerd op 16 januari 2017

 

November 2015

De Ondernemerskamer oordeelde deze week, dat zorginstelling Meavita failliet ging door wanbeleid. Wat is er fout gegaan? Daarover verschillen de meningen. Ik meen wel een rode draad te zien; de basis ontbrak. De top nam snel besluiten en innoveerde risicovol, terwijl de basiszorg nog niet op orde was, zo vlak na de snel doorgevoerde fusie. Een pijnlijke situatie met grote consequenties voor alle betrokkenen.

Belangrijk dus om hier iets van op te steken. Maar wat? Minder risico’s nemen? Een schuldige aanwijzen? Het draagvlak verbreden? Ik weet het niet. Iedere situatie is weer uniek.

Wel dacht ik onmiddellijk aan een uitgangspunt van Bureau Ten Bate: “Soms moet je eerst vertragen om uiteindelijk te kunnen versnellen”. Om een goeie beslissing te nemen over complexe zaken in je eigen organisatie heb je veel uiteenlopende kennis en wijsheid nodig. Ik ga ervan uit, dat deze kennis en wijsheid in overvloed aanwezig is in iedere organisatie.

Twijfel je daaraan? Misschien is het zo, maar het kan ook zijn dat je niet naar iedereen of naar alle geledingen luistert. Dat zou mij niet verbazen. Het is namelijk helemaal niet zo eenvoudig om iedereen te horen en écht naar de onderlinge verschillen te luisteren. We hebben wel wat beters te doen. Bovendien hebben we allemaal een zekere vooringenomenheid en de kracht van de meerderheid is groot; “laten we snel verder gaan, doe niet zo moeilijk, pas je aan, er staat nog meer op de agenda!” Zo begrijpelijk!

Maar wat de meerderheid zich meestal niet realiseert is, dat – ook al is het besluit genomen – de minderheid niet ineens anders denkt. En eigenlijk is dat ook logisch, want een deel van de wijsheid is nog niet gehoord en die blijft dan ‘aan de deur rammelen’. Dit wordt ook wel meerderheidsblindheid genoemd. Je kunt je voorstellen dat dit leidt tot frustratie bij de minderheid; “Ik hou mijn mond wel; ik denk er het mijne wel van, etc.”.. Zo ontstaat steeds steviger sabotagegedrag dat de eerder ingezette versnelling uiteindelijk zal doen vertragen.

Neem daarom de tijd en luister goed voordat je beslist. Denk niet te snel: die tijd is er niet. Als er werkelijk geen tijd is, dan is het echt crisis. In crisistijd zijn snelle besluiten nodig. Dan is het erop of eronder. Dan is het vaak handig als hoger hand beslist; het is wat het is. Met alle consequenties van dien.

Meestal is er geen directe crisis. Dus hebben we wel de tijd om te luisteren. Mocht je die tóch niet hebben, máák hem! Ruim op, gooi weg en focus op de kern van de zaak. Kortom: keer terug naar de basis, voordat alles nog verder vertraag.

 

 

Pagina's:12volgende »