Search
Close this search box.

De kunst van het klagen

Natuurlijk heeft het niets te maken met het gegeven dat ik zelf een witte man van middelbare leeftijd ben, dat ik af en toe gevraagd wordt om met een aantal ‘mopperende mannen’ aan de slag te gaan. Mijn ‘soort’ klaagt nu eenmaal wel eens. Of je nu veel of weinig klaagt, iedereen doet het. Toch zijn dit vaak leuke opdrachten waarin iets dat vastzit weer een beetje losser kan worden.

Je kunt klagen zien als het vereren van het onrecht dat je wordt aangedaan. Het is een (vruchteloze) poging om beweging te brengen in iets dat vastzit. Maar wat schieten we er dan mee op? Als je klagen ziet als een uitlaatklep heeft het als functie iets ‘kwijt’ te raken. Daar is op zich niks mis mee, sterker nog: daar knap je soms echt even van op!

We kennen het allemaal: we irriteren ons te vaak aan dezelfde collega (‘het zwarte schaap’) of we vinden toch echt van alles van het afdelingshoofd (‘de grote boze wolf’). En als de wolf nou het schaap zou opeten, dan deed-ie-tenminste-nog-waar-ie-voor-besteld-was-en-wat-logisch-zou-zijn, maar nee hoor, de wolf beschermt juist het schaap en daar moeten wij dan onder lijden. Hoe oneerlijk is dat! Hoe lekker is het om te uiten wat je dwarszit en er niet meteen een oplossing voor te moeten vinden. Maar, helaas verandert de situatie daardoor niet.

 

Hoe creëer je beweging?

Stop met probleemvergrotend klagen en ga probleemoplossend klagen! Probleemvergrotend klagen is klagen over omstandigheden en factoren die niet beïnvloedbaar zijn. Zoals het weer, de collega’s waar je mee werkt of de buurman. Het effect is dat je je steeds vervelender voelt en dat je waarschijnlijk steeds meer gaat klagen, want niemand neemt je serieus. Als je je niet gehoord voelt, ga je meer klagen. En uiteindelijk zeg je dan: “Klagen heeft geen zin, ze luisteren toch niet naar mij”.

En dat klopt, luisteren naar een klacht waarin geen oplossing zit is vermoeiend. De meeste mensen gaan je dan ontwijken. In Systeemdenken noemen we dat een zichzelf versterkend ‘loopje’: Klagen => ontwijken => harder klagen => nog meer ontwijken etc.

Als je kiest voor probleemoplossend klagen, mopper je eerst even lekker, zonder de ander daar direct mee ‘lastig te vallen’ en dan zoek je naar een oplossing: “Wat kan ik wel veranderen?”

 

Dit helpt:

  1. Wat is de situatie? (Bijv.: een collega die regelmatig te laat komt)
  2. Wat is mijn gevoel? (Daar raak ik geïrriteerd van)
  3. Wat is mijn behoefte? (Ik wil kunnen rekenen op afspraken/mijn collega of dat we kunnen rekenen op elkaar elkaar)
  4. Welk verzoek kan ik doen? (“Ik heb al een paar keer meegemaakt dat je later kwam dan we hadden afgesproken. Kunnen we de volgende afspraak zo plannen dat je wel op tijd kunt zijn?”)

Je kunt je collega niet veranderen, maar wel een helder verzoek neerleggen. Als het verzoek niet aanslaat kun je altijd nog iets zeggen over jouw behoefte, vaak begrijpt de ander dat best en kun je zoeken naar alternatieve oplossingen. Voilà, daar ligt het stukje invloed waar je wel wat mee kan. Dit is de kunst van het klagen: zoek je eigen behoefte, erken ook echt dat je iets lastig of moeilijk vindt en formuleer dan een verzoek. Als je meer hierover wil weten, kijk dan eens bij Verbindende Communicatie.

 

Tips voor leidinggeven aan klagen

  1. Neem het klagen altijd serieus (ook je eigen klacht ;-)). Achter iedere klacht zit een behoefte. Daar goed zicht op hebben krijgen kan veel opleveren, zowel voor de klager als voor zijn of haar collega’s.
  2. Begrens het probleemvergrotend klagen:
    • Communiceer dat klagen op zich niet erg is, het lucht tenslotte op en er zit vaak ook wijsheid in die volgens de klager over het hoofd gezien wordt.
    • Als er sprake is van een zich herhalend ‘loopje’: bespreek het met elkaar. Helpt het jullie om je doel te bereiken?
  1. Spreek met elkaar af dat je bij een klacht ook altijd één of meer oplossingen of verzoeken formuleert.
  2. Spreek een ondergrens af: wat kan hier echt niet?
  3. Maak onderscheid tussen klachten over hoe het werk wordt uitgevoerd (inhoud: Hoe doe ik mijn werk goed?) en klachten over de omgang met collega’s (relatie: Hoe ben ik een goede collega?). Maak samen eenvoudige spelregels, waar mensen ook echt achter kunnen staan.
  4. Zoom zelf regelmatig even uit en check – vanuit dit vogelperspectief – of je niet ‘ingezogen’ raakt. Als dat het geval is, is het tijd om zelf even te klagen en te onderzoeken wat jij nodig hebt.
 
 

Zin om even lekker te klagen? Bel me gerust! Ik kan geweldig luisteren én denk graag mee in mogelijke oplossingen.

Misschien ben je ook geïnteresseerd in gerelateerde onderwerpen:

Meer weten over andere onderwerpen?